Bepaling restlevensduur

De restlevensduur van een betonconstructie wordt op twee manieren beoordeeld. Het betreft het constructieve aspect [wanneer is de constructieve sterkte niet meer gewaarborgd] en het aspect duurzaamheid [wanneer gaat de wapening corroderen]. Voor het aantonen van een constructieve restlevensduur is een herberekening van de constructie vereist.

Wapening en beton gaan goed samen, omdat het alkalische milieu van beton het wapeningsstaal beschermt tegen corrosie. Deze beschermlaag wordt de passiveringslaag genoemd. Door carbonatatie van de betondekking of indringing van chloride kan deze laag worden aangetast en is wapening in beton niet langer beschermd tegen corrosie. Binnen het corrosieproces van wapening in beton kennen wij twee fasen:

  • Initiatiefase: de fase waarin de passiveringslaag rondom de wapening teniet wordt gedaan.
  • Propagatiefase: de fase waarin wapeningscorrosie zich ontwikkelt.

Bij de bepaling van de restlevensduur van een betonconstructie, in relatie tot duurzaamheid, wordt aangenomen dat de levensduur van een betonconstructie voorbij is als de initiatiefase is afgelopen.